Niet alleen de componist of de hoofdartiest is verantwoordelijk voor een hit, ook de muzikanten. Zij leggen naast hun ziel en zaligheid ook hun vakmanschap en ervaring in een spel, waardoor een liedje boven zichzelf kan uitstijgen. In deze serie vertellen onze Humble Heroes over de hit waarop ze spelen. Aflevering 3: gitarist en musicus Martijn van Agt over Blue Bittersweet van Ilse DeLange.
“In 2004 werd ik gebeld of ik kon invallen bij Ilse DeLange. De andere gitarist, Peter Tiehuis, kon dat optreden niet doen en via via werd ik aangeraden. Zo gaat dat. Ilse had mij eens op tv gezien en we hadden elkaar een keer ontmoet op een festival. We ontmoetten elkaar en dat klikte. Ik speelde voor het eerst mee bij een show op Koninginnedag in Groningen 2004. Dan is het een kwestie van aftikken en gaan, met de borst vooruit en gitaar aan de hand. De liedjes zitten in de vingers dankzij je voorbereiding. Blijkbaar beviel het en dus werd ik teruggevraagd. Sindsdien speel ik vast bij haar in de band.
Voor het verzamelalbum After the Hurricane werden vier nieuwe liedjes opgenomen, waaronder Blue Bittersweet. Het liedje is opgenomen in de Wisseloordstudio’s in Hilversum. Patrick “Patt” Leonard, de Amerikaanse songwriter, producer en muzikant die veel met Madonna werkte en waar Ilse eerder mee heeft gewerkt, kwam naar Nederland. Ilse wilde met hem de demo van Blue Bittersweet uitwerken tot een liedje voor het album. Dat zou de single worden.
Het was middenin de zomervakantie en vaste bassist Aram Kersbergen en gitarist Arnold Van Dongen waren met Trijntje Oosterhuis op tournee in het buitenland. Daarop werd bassist Michel van Schie gevraagd om de baspartijen in te spelen. Michel en ik hadden beiden nog niet met Leonard gewerkt en wilden ons bewijzen voor de grote Madonnaman, dus wat we speelden moest on point zijn. Hij gaf ons een paar akkoorden waar wij mee konden werken. Je hoorde zijn signatuur daarin direct terug. Ik weet nog precies waar in de studio ik zat toen ik mijn partijen inspeelde. Ik had niet meer bij mij dan mijn gitaar, snoer en versterker. Meer had ik niet nodig. Vervolgens zocht Michel er een baspartij bij en ik anticipeerde daar op. Ik ben de lijm tussen de bas en de drums. Zo ontstond er met zijn vijven een sound. Af en toe zei Patt zoiets als ‘This will fit’ of ‘this is good’.
Het is fantastisch wanneer je de ruimte krijgt om zelf iets in te vullen en niet alleen maar speelt wat er voor je uitgeschreven is. Als gitarist ben ik meer een percussieve speler dan iemand van de melodieuze solo’s. Daarbij houd ik van een pure sound, het hoeft niet altijd perfect, zolang de vibe van de opname maar perfect is. Nadat ik de slagpartij aan het eind van het liedje speelde, draaide Patt zich om zijn stoel en zei ‘wauw’. “At your service” dacht ik. Zo stel ik mij op als ik aan het werk ben. Het gaat om wat ik met mijn spel, samen met de anderen, kan toevoegen. Ik doe altijd mee als iemand mij vraagt voor een sessie, ‘nee’ is uit mijn woordenboek gegumd. Dat betekent dat ik soms niet weet wat ik aan het doen ben en het soms niet uitpakt zoals gehoopt. Maar ik zie het als een groot avontuur en ga op zoek. Wanneer je iets moet doen wat je nog niet kunt, kom je uit bij onbetreden paden. Je moet op je bek durven gaan. Soms lukt het echt niet, soms is er een ‘wauw’. Die aanpak verbreedt mijn ervaring en pallet aan ideeën en als het goed uitpakt ook de opname.
Uiteindelijk stond het er op. Patt zei “It’s a 1000 dollar now, let’s make it a million”. Daarop werden er nog een paar lagen toetsen en bas toegevoegd. Het was een sessie die vlot verliep op die zonnige dag in augustus. Zo moest het zijn. Het liedje werd uiteindelijk een hit die grijsgedraaid werd op de radio. Van de Sena-inkomsten kon ik een goede gitaar kopen, al liep dat natuurlijk terug toen het liedje minder vaak gedraaid werd.
Fotografie: Victor Verschueren
