Ga naar hoofdinhoud

Uitspraak in hoger beroep Sena - Ziggo

07 april 2026

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 7 april 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tussen Sena en Ziggo. Het Hof komt tot een oordeel waarin zowel Sena als Ziggo op onderdelen in het gelijk worden gesteld.

De kern van de uitspraak is dat Ziggo een vergoeding aan Sena verschuldigd blijft voor de doorgifte van muziek via buitenlandse televisieprogramma’s. Dit geldt echter niet wanneer rechthebbenden al een vergoeding hebben ontvangen bij de verwerking van hun muziek in audiovisuele producties (zogenoemde synchronisaties). In dat geval zouden rechthebbenden ook niet meer terug kunnen vallen op het inroepen van hun verbodsrechten. Naar het oordeel van het Hof sluit zij daarmee aan bij het Atresmedia-arrest van het HvJEU.

Dit oordeel roept direct praktische vragen op, zoals: wie moet bewijzen dat er al afspraken met de rechthebbenden zijn gemaakt? Zijn die afspraken op openbaarmakingen in Nederland? Hebben de rechthebbenden inderdaad een billijke vergoeding ontvangen? En zo ja, wat zou die billijke vergoeding dan (moeten) zijn? Die vragen worden echter niet door het Hof beantwoord.

Sena bestudeert momenteel zorgvuldig zowel het arrest als de opties die nu openstaan. Bij nieuwe afspraken met Ziggo blijft voor Sena voorop staan dat naburig rechthebbenden een billijke vergoeding moeten ontvangen voor het gebruik van hun muziek.