Ga naar hoofdinhoud

Rechteninclusieve muziek vanaf 2024 onder licentie

01 januari 2024

Sena heeft per 1 januari 2024 het gedoogbeleid beëindigd ten aanzien van het gebruik van zogenoemde ‘rechteninclusieve’ muziek. Vanaf die datum geldt ook voor dit repertoire onverkort de wettelijke verplichting tot betaling van een billijke vergoeding voor de openbaarmaking van commerciële fonogrammen aan Sena.

Deze verplichting volgt rechtstreeks uit de wet en het stelsel van verplicht collectief beheer, zoals bevestigd door de Hoge Raad in het arrest AMP v. Sena: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2020:1300

 Dat het gedoogbeleid in januari 2024 zou stoppen is ruim drie jaar voorafgaand aan de ingangsdatum aangekondigd bij leveranciers van achtergrondmuzieksystemen die rechteninclusieve catalogi aanbieden, evenals bij de bij Sena bekende afnemers van deze diensten. Daarmee is aanbieders en gebruikers voldoende gelegenheid geboden om hun contractuele verhoudingen en tariefstructuren tijdig aan te passen aan het geldende wettelijke kader.

Desondanks hebben enkele aanbieders hun gebruikers in Nederland niet goed geïnformeerd. Dit heeft in 2025 tot twee gerechtelijke procedures geleid:

1.

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:2179

Gedaagde heeft een restaurant. In het restaurant heeft gedaagde muziek afgespeeld. Voor het afspelen van die muziek had gedaagde geen licentie van Sena. Deze zaak gaat over de vraag of gedaagde voor het afspelen van de muziek een vergoeding aan Sena moet betalen. De kantonrechter wijst de vordering van Sena toe. Sena is namelijk in Nederland als enige bevoegd om vergoedingen voor het afspelen van beschermde muziek te innen (en te verdelen). Het verweer van gedaagde, dat zij voor het afspelen van muziek aan een Belgisch bedrijf heeft betaald, gaat dan ook niet op.

2.

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:6795

“5.2 De kantonrechter wil er wel op wijzen dat hij de rol van het bedrijf Eskeep zeer kwalijk vindt in deze kwestie. Eskeep blijft haar klanten, waaronder gedaagde, voorhouden dat zij door aan Eskeep te betalen voor het afspelen van muziek in een openbaar toegankelijke ruimte, geen vergoeding meer aan eiseres sub 2 - Sena - verschuldigd zijn. Vast staat dat Eskeep zelfs in mei 2025 nog zo’n bericht aan gedaagde heeft gestuurd. Sena heeft Eskeep meermaals gewezen op de uitspraak van de Hoge Raad van 17 juli 2020, waarin de Hoge Raad heeft bevestigd dat Sena in Nederland exclusief bevoegd is om vergoedingen te innen namens producenten en artiesten voor het afspelen van muziek in een openbaar toegankelijke ruimte, en dat het dus niet mogelijk is om buiten Sena om een overeenkomst te sluiten voor het betalen van deze vergoedingen. Sena heeft (onder andere) Eskeep er vrijwel direct na de uitspraak van de Hoge Raad op gewezen dat zij gedurende een korte periode een gedoogbeleid zal hanteren, maar dat het aanbieden van overeenkomsten na die gedoogperiode moet stoppen. Ook heeft Sena Eskeep er in die gedoogperiode meermaals van op de hoogte gesteld dat dit gedoogbeleid met ingang van 1 januari 2024 zal eindigen. Desondanks gaat Eskeep door met het aanprijzen van haar diensten en doet het voorkomen alsof ondernemers goedkoper uit zijn bij Eskeep. Echter, ondernemers betalen door dit gedrag van Eskeep dubbel, omdat Sena hoe dan ook alsnog betaald moet worden, en hen hangen hoge kosten boven het hoofd als het tot een procedure komt. Eskeep stookt ondernemers immers op (zo ook in deze procedure) om niet direct de billijke vergoeding aan Sena te betalen en daarmee een procedure te voorkomen. In plaats daarvan levert Eskeep een (kansloos) verweer aan en zadelt ondernemers daarmee met een procedure op die zij niet kunnen winnen. Daardoor lopen de kosten nog hoger op.”