Interview Michel Kester - Zeeheldenfestival
14 juli 2026
Elk jaar ondersteunt Sena Performers allerlei projecten op Sociaal-Cultureel (SoCu) vlak. Van showcases, festivals en muziekwedstrijden tot aan prijsuitreikingen en talentontwikkelingsprojecten. Wat doen deze evenementen met steun van Sena en wat levert dat de rechthebbenden op?
Interview Michel Kester - Zeeheldenfestival
“Er zit nog een klein kikkertje in mijn keel”, lacht Michel Kester. Het is daags na het Zeeheldenfestival en de Hagenees is druk bezig met de afbouw van het vierdaagse festival aan het Prins Hendrikplein in de Hofstad. “Je praat veel tijdens het festival en het is erg gezellig. Dat gaat ten koste van je stem”, legt hij uit met Haagse tongval.
Achterstandswijk
Wanneer Kester begint met praten over het evenement, stopt hij bijna niet meer. Hij is secretaris in het bestuur van de stichting en werkt mee aan de op- en afbouw van het festival. Hij is aanspreekpunt voor de 250 vrijwilligers, die hij allemaal bij naam wil kennen en waarvan een deel een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Sinds 1990 is hij werkzaam bij het festival, dat sinds 1981 bestaat en werd opgericht om iets te organiseren voor wat toen nog een achterstandswijk was. “Het Zeeheldenkwartier is een gemêleerde wijk midden in het centrum waarvan oudsher veel muzikanten en kunstenaars wonen”, vertelt hij. “Zij wilden met het festival iets positiefs doen voor de buurt. Die insteek heeft het nog steeds. Inmiddels is het festival het oudste festival van de stad en nog steeds gratis toegankelijk, zodat het voor iedereen bereikbaar is.”
Geen VIP-ruimte
Vier dagen lang is er van alles te beleven. Niet alleen voor bewoners uit de wijk, maar ook van ver daarbuiten. Zo is er straattheater, kinderactiviteiten, eten en drinken tegen een schappelijke prijs en natuurlijk muziek. Dit jaar traden onder andere de Niemanders op, net als Politie Warnsveld, Y.O.P.E. en Aymar Torres. Met de toelage van Sena kunnen de professionele artiesten volgens de Senanorm betaald worden. “We krijgen elk jaar vierhonderd aanmeldingen van bands en artiesten die hier willen optreden”, legt hij uit. “We hebben echter maar plek voor veertig optredens, waar ook lokaal talent tussen zit. Dan houden we ongeveer 13 optredens van professionele artiesten en bands over. Tien daarvan kunnen we met de Sena-toelage betalen, de rest betalen we zelf. Veel van hen willen hier zo graag spelen, dat ze zelf hun gage naar beneden bijstellen. Dat doen we niet; we willen een fair payvergoeding betalen en kiezen kwaliteit boven kwantiteit. Muzikanten moeten ook een goed inkomen verdienen. Al staat daar tegenover dat we geen VIP-ruimte of backstage area hebben. Dat past ook niet bij ons evenement; er is hier geen ruimte voor kapsones.”
Lee Towers
Het festival heeft een capaciteit van 4.000 mensen. Dat is het aantal dat op het plein terecht kan, al komen er over de vier dagen ongeveer 20.000 bezoekers naar het evenement. Het karakter van Den Haag als rockstad komt terug in de line-up. Kester: “Veel inmiddels bekende artiesten komen uit de buurt, komen als bezoekers en speelden al eens op het festival. Anouk bijvoorbeeld, in 1995, maar ook Spike van DI-RECT met zijn band The Deaf en de leden van Golden Earring.” Grote Haagse acts als Goldband, Son Mieux of DI-RECT kunnen ze niet programmeren. Niet eens vanwege de gages, maar vanwege de capaciteit. Kester: “We hadden in de jaren tachtig een keer Lee Towers geboekt. Toen probeerden er 20.000 mensen het plein op te komen. De hele buurt stond vast en er ontstond een veiligheidsrisico.”
Emir Cello
Als er nu grote namen optreden, is dat vaak spontaan, of met speciale projecten. Onder de naam De Vrije Hand kunnen bekende muzikanten iets bijzonders doen. Zo traden Robert-Jan Stips en zangeres Jane Goulding op onder de naam StipsGoulding & The Hybrid Band, nodigde Rinus Gerritsen (Golden Earring) een aantal vrienden uit voor een bluesset en trad Nico Dijkshoorn op met zijn band The Hank Five. Een publiek dat vaak geen geld heeft voor concerten of festivals verrassen met bijzondere optredens kan echter ook op een andere manier. Zoals met het boeken van unieke artiesten waar nog niemand van gehoord heeft. Als voorbeeld noemt hij dit jaar Emir Cello, een Indonesische cellist van het Koninklijk Conservatorium die optreedt met een bassist en drummer. Kester: “Het was een gokje, want normaal gaan onze programmeurs kijken bij een optreden. Maar Emir Cello had nog niet opgetreden. De muziek is echter zo bijzonder dat we het aandurfden én konden betalen. Dankzij Sena.”